Emiel De Block (1941)
Mail voor nadere informatie
Met zijn hand veegt hij het stof van een beeldhouwwerk in wording, dat hij met zijn fysische energie en artistieke verfijning ter wereld brengt. Een mens uit n stuk, zoals zijn beelden, soms zoekend naar de perfecte lijn maar met vaste hand, weet hij wat hij wil en zegt wat hij weet. Zo is, leeft en werkt
Emiel De Block. Creatief werkend in zijn atelier, op het Gentse kruispunt der Europese autowegen, is hij een kind van zijn tijd. In marmer en brons vereeuwigt hij het universele dat hem vandaag bezielt.

Gedreven door vormgeving
Op 17 februari 1941 werd in Berlare Emiel De Block geboren. Is de naam hier een voorteken? Men is geneigd het te geloven. Ook vader De Block bewerkte blokken, zij het van hout. Hij was klompenmaker.
"Mijn vader kende alle voeten van het dorp. Met de hand kon hij de maat uit zetten, op zicht." In het atelier van zijn vader kwam Emiel De Block reeds in contact met vormgevingmaar zijn voorliefde ging al vroeg uit naar steen, van klei tot marmer.
In de lagere school was hij geboeid door de prehistorie,waarin de mensen leerden potten bakken in klei. Zijn vader hd klei en de kleine Emiel probeerde het uit. Zo deed hij voor het eerst zelf aan vormgeving. Later maakte vader in zijn vrije tijd assteen. Daarin plaatste hij stukken afvalmarmer waarin Emiel namen en andere gegevens had gekapt. Een vroege uiting van zijn drang om in steen te vereeuwigen? Misschien. Later, op vakantie in
Frankrijk om de taal te leren, zat hij met een ijzer in zandsteen te kerven.
De vormgeving kwam dus eerst bij Emiel, tekenen en schilderen pas later. "Iets drie dimensionaals kan je vastpakken, voelen. Mooie vormen geven meer waarnemingskans aan de zintuigen."

Maar eens op de Academie - na de normaal school - moest hij eerst leren tekenen en daar was Emiel niet voor gekomen. Gelukkig werd de leraar ziek en in zijn afwezigheid begon Emiel te boetseren. Toen de leraar terug kwam mocht hij blijven boetseren. "Ik was eigenlijk ten onrechte vooringenomen
tegen tekenen", zegt De Block nu. "Tekenen is nuttig om te leren zien.
Ruimtelijke verhoudingen juist tekenen is belangrijk. Het is het zien vastleggen. Een fout in de ruimtelijke verhoudingen wordt in een tekening onmiddellijk verraden."

Emiel heeft dus in zijn opleiding ook het tekenen leren waarderen. In 1965 haalde hij de regeringsmedaille en het diploma boetseren en in 1967 zijn diploma plastische kunsten aan de Academie van Wetteren. Het diploma beeldhouwkunst van de Academie van Gent volgde in 1971 en het diploma praktijk beeldhouwen en moulage in 1975, eveneens aan de Gentse Academie. In 1977 tenslotte kreeg hij een toelage van het Ministerie van
Cultuur. Nu kon Emiel zich als kunstenaar waar maken.

In marmer, edel en eeuwig
Geest, schoonheid, zichzelf uitdrukken in materie, dat is de obsessie en tevens
de roeping van de kunstenaar. De aard van de materie zelf is wellicht voor geen enkele kunstenaar zo bepalend als voor de beeldhouwer. Emiel heeft veel materies uitgeprobeerd. Franse steen en klei konden hem onvoldoende blijven boeien. Geen wonder dat hij uiteindelijk bij marmer terecht kwam en er mee vergroeide. In marmer zal hij voortleven.

En brons dan? Inderdaad, De Block werkt ook in brons. Het is een heel andere techniek. Het is boetseren in klei, het aanmaken van de gips en uiteindelijk gieten in brons. Je hebt er de hulp van derden bij nodig, maar het creren, dat doe je natuurlijk zelf. Marmer en brons zijn kostbare materialen. Een beginnend beeldhouwer heeft het dus niet onder de markt. Bovendien vond Emiel ook de overgang van opleiding naar zelfstandigheid niet zo gemakkelijk. Je moest nu je eigen fouten zien en oplossen. "Het duurt lang eer je kunst rendeert", zegt hij. Elk marmeren of bronzen werk betekent een investering voor de kunstenaar zelf. Geen wonder dat Emiel De Block dus leraar plastische opvoeding bleef. Onder meer met de steun van zijn vrouwen dankzij mensendie zijn werk kochten, werkte hij voort. "Vooral als men werk van mij kocht,
niet uit medelijden of vriendschap, maar om het werk zelf, zoals keukenprins Ren Van De Walle, dan voelde ik dat ik goed zat. Dat is de stimulans om door te gaan", zegt hij. Zoals voor de meeste kunstenaars waren erkenning en waardering ook voor Emiel De Block niet vanzelfsprekend. Dat heeft hem echter nooit ontmoedigd.

Hoewel hij inmiddels niet blind was voor het werk van andere beeldhouwers, streefde hij naar een eigen herkenbare stijl. En dat groeide. En ook de erkenning groeide. In 1978 werd Emiel De Block laureaat van de "Culturele prijs S. De Lathouwer, beeldhouwen". In 1979 behaalde hij de tweede prijs in de wedstrijd "Hulde aan Jacob Jordaens" te Antwerpen, werd hij tweede in de beeldhouwwedstrijd "Belgica 150" te Brussel en werd hij
geselecteerd voor de 15de internationale tentoonstelling voor beeldhouwkunst
"Fondazione Pagani" in Legnano, Milaan. In 1980 won hij de eerste prijs in de
"Nationale Beeldhouwwedstrijd August Vermeylen" te Oostende, werd hij bekroond met de "Prix de Sculpture" van het Salon St-Maur in Touraine (Fr.) en werd zijn werk binnengehaald in het Salon International de Val d'Or (Fr.). In 1981,82 en 83 kreeg hij de Gouden Medaille MAE-EKV Koksijde. In 1984
kocht het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werk van hem aan en in
1987 ook de Provincie Oost-Vlaanderen.
Emiel De Block stelde inmiddels tentoon in binnen- en buitenland en kreeg meer en meer opdrachten. Vandaag zegt men van
zijn werk "Dit is een De Block". Intussen is hij ook gaan schilderen en op papier schept hij een boeiende vulkaanuitbarsting van verrassende kleuren en vormen, directe uiting van emoties en gevoelens.

Schoonheid in vrouwen en muziek
Aanvankelijk was het beeldhouwwerk van De Block klassiek te noemen. Hij zocht naar eeuwige waarden, zoals de materie waarvoor hij had gekozen.
"Toch moeten we vandaag kunstwerken maken waarin we geloven en onze
persoonlijkheid herkennen", meent de kunstenaar zelf. Het actuele werk van
De Block is ontegensprekelijk modern en de kunstenaar is meer dan ooit zichzelf. Toch hoeft hij daarvoor de eeuwige waarden niet af te zweren. Hij belijdt ze nu spontaan in zijn beeldhouwwerken.
En van die eeuwige waarden is schoonheid. Emiel De Block wordt gedreven door schoonheid. Uit een blok ruwe marmer schept hij steeds weer sublieme vormen, of hij giet ze in brons, al dan niet gepatineerd, gesatineerd of gepolijst. Als zogenaamde kunstkenners de schoonheid in zijn kunst miskennen, doet het hem pijn, maar hij gaat onverpoosd verder.
Meestal zijn zijn beelden figuratief maar het figuratieve is geen wet voor hem:
"Wat is het verschil tussen een figuratieve vorm die mooi is en een non figuratieve
vorm die mooi is? Wat is de voldoening van het aanschouwen van een mooie lijn ?"

De schoonheid primeert bij De Block en hij drukt ze evengoed uit in vrouwentorso's als in non-figuratieve vormen. Maar ondanks de
adembenemende schoonheid die hij schept, drukt hij spontaan veel meer uit.
Vrouwelijkheid is veel meer dan vlees en bloed.

De titels van zijn werken zijn vaak ontleend aan de muziek. Zijn vrouwentorso's, fragmenten van lichamen, maar toch zo volledig, zijn nooit statisch. Zij belichamen de drang zich uit te drukken in verleiding,
schroom, hartstocht, overgave, liefde, verlangen, sublieme schoonheid, ondanks zichzelf. Soms leven ze zich uit in muziek zoals in de "Pathetische Sonate van Beethoven", de "Summertime van Gerschwin" en de "Prelude uit de 1ste acte van La Traviata van Verdi". Soms gaat de muziek een eigen leven
leiden in werken als "Burgundy Street Blues van Lewis", "Rhapsody in blue van Gershwin" en "Klavierconcerto", waarin acht vrije handen pianist, instrument en muziek uitdrukken.In zijn atelier bevrijdt Emiel De Block deze verfijnde schoonheden uit ruwe marmer. Het is alsof ze altijd hebben bestaan, alsof De Block ze alleen maar ontsluiert, ontdoet van hun marmeren schors. Hij heeft gelijk, je moet hun schoonheid niet alleen aanschouwen, je bent ook geneigd ze te voelen, aan te raken en te strelen. Zo fijn, zo dynamisch, zo teder, zo levend en expressief zullen ze eeuwig blijven.



1965
Regeringsdiploma boetseren.

1971
Diploma beeldhouwerskunst Academie, Gent.

1977
Toelage Ministerie van Cultuur.

1978
Laureaat "Culturele Prijs S. De Lathauwer" beeldhouwen.

1979
Tweede prijs wedstrijd "Hulde aan Jacob Jordaens, Antwerpen".
Tweede prijs in beeldhouwerswedstrijd "Belgica 150", Brussel.
Geselecteerd voor de 15de internationale tentoonstelling voor beeldhouwkunsten "Fondazione Pagani" Legnano, Milaan. Eerste prijs Nationale Beeldhouwwedstrijd August Vermeyen, Oostende.

1980
Salon international de Val d’Or (Frankrijk)

1984-85
Beeldhouwwerk aangekocht door Ministerie van De Vlaamse Gemeenschap

1987
Beeldhouwwerk aangekocht door de Provincie Oost-Vlaanderen

1990
Tentoonstelling Casino Kursaal Oostende

1993
Tentoonstelling Knings-Allee-Dsseldorf

1994
Tentoonstelling Thermae-Palace-Oostende

2000
Tentoonstelling Casino Kursaal Oostende


Boek verschenen "Language of stone, silence of papet". Beelden van E. De Block met gedichten van Dr. Ronald Milo. Sedert 1991: Permanente tentoonstelling "Gallery Dieleman - Petit-Leez.

Exposities (belangrijkste):

BRT Brussel, EGW Gent, AWW Antwerpen, Boudewijnpark Brugge. Culturele missies Eindhoven en Zoetermeer (Nederland). Pol Mara en E. De Block te Boehout en Deerlijk. Stedelijk museum Oostende, Casino Oostende. Museum D’Hondt-Dhaenens en museum Leon De Smet te Sint-Martens-Latem. Vlaams cultureel centrum Brakke Grond te Amsterdam (Nederland).


De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Emiel De Block

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Emiel De Block





De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Emiel De Block

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Emiel De Block

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Emiel De Block





De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Emiel De Block